Thuisbatterij

Thuisbatterij 5, 10 of 20 kWh: welke capaciteit past bij jou?

5 kWh, 10 kWh of 20 kWh thuisbatterij? Bepaal in drie stappen welke capaciteit bij jouw verbruik past — en waarom groter niet altijd beter is.

De capaciteit is de belangrijkste — en duurste — keuze bij een thuisbatterij. Te klein en je laat besparing liggen; te groot en je betaalt duizenden euro’s voor capaciteit die je nauwelijks gebruikt. Zo bepaal je de juiste maat.

De vuistregel: kijk naar je avondverbruik

Een thuisbatterij overbrugt vooral de uren waarin je zonnepanelen niets opwekken: de avond en nacht. De juiste capaciteit ligt daarom dicht bij je gemiddelde verbruik tussen zonsondergang en zonsopgang.

Check dit in je energie-app of slimme-meterdata. Geen data bij de hand? Grove indicatie op basis van jaarverbruik:

JaarverbruikTypisch avond-/nachtverbruikPassende capaciteit
< 2.500 kWh (1–2 personen)3 – 5 kWh5 kWh
2.500 – 4.500 kWh (gezin)5 – 9 kWh10 kWh
> 4.500 kWh (warmtepomp / elektrische auto)10 kWh+15 – 20 kWh (doorrekenen!)

5 kWh: de instapmaat

  • Geschikt voor kleine huishoudens met 6–10 zonnepanelen
  • Laagste investering, vaak de kortste terugverdientijd per geïnvesteerde euro
  • Nadeel: op zonnige dagen is hij snel vol en lever je alsnog terug

10 kWh: de gulden middenweg

  • De meest verkochte maat in Nederland, passend bij een gemiddeld gezin met 10–14 panelen
  • Groot genoeg om een zomerse dag opbrengst op te slaan én de avond te overbruggen
  • Met een dynamisch contract ook genoeg buffer om te handelen op prijsverschillen

15–20 kWh: alleen met een goede reden

Een grote batterij klinkt aantrekkelijk, maar de meerprijs is fors en de extra capaciteit wordt buiten de zomer vaak niet benut. Zinvol als:

  • je een warmtepomp hebt (hoog avond- en winterverbruik),
  • je een elektrische auto thuis laadt en slim wilt sturen,
  • je bewust wilt handelen op dynamische prijzen met grotere volumes.

Reken in dit geval altijd twee scenario’s door (10 kWh vs. 20 kWh) — vaak wint de kleinere maat op rendement per euro. Zie ook: terugverdientijd zelf berekenen.

Veelgemaakte fouten

  1. Capaciteit afstemmen op je panelen in plaats van je verbruik. De opwek bepaalt hoe snel de batterij vol raakt, maar je verbruik bepaalt hoeveel je er daadwerkelijk aan hebt.
  2. Bruto en netto capaciteit verwarren. Fabrikanten adverteren met bruto kWh; bruikbaar is meestal 90–95%. Vraag altijd naar de netto (bruikbare) capaciteit.
  3. Geen rekening houden met uitbreidbaarheid. Veel modulaire systemen kun je later uitbreiden. Klein beginnen en bijplaatsen is vaak slimmer dan direct groot inkopen. Of dat kan — en hoe lang bijplaatsen mogelijk blijft — verschilt per merk en systeem; vraag het expliciet na bij je installateur.

Conclusie

Voor de meeste Nederlandse gezinnen met zonnepanelen is 10 kWh het logische startpunt, kleine huishoudens kunnen prima uit met 5 kWh, en 20 kWh verdient alleen met warmtepomp of elektrische auto een serieuze doorrekening.


De informatie in dit artikel is indicatief. Raadpleeg voor actuele prijzen en regelingen officiële bronnen zoals rvo.nl.

Gerelateerde artikelen